Werkplekonderzoeken

Het bestaan van klachten met een risico voor de gezondheid is vaak aanleiding voor een ergonomisch- of arbeidshygiënisch werkplekonderzoek. In sommige gevallen is de werkgever wettelijk verplicht om een dergelijk onderzoek te laten uitvoeren.

De Arbodienst biedt de volgende type werkplekonderzoeken aan:
 

Ergonomisch (lichamelijke klachten)

Als uw medewerkers intensief repeterende werkzaamheden uitvoeren, langdurig achter elkaar zitten of staan, te maken hebben met een andere fysieke belasting of langdurig werkzaam zijn achter een computer, is er een verhoogde kans op diverse lichamelijke klachten. Door te zorgen voor een goed en persoonlijk ingerichte werkplek en gezonde werkgewoonten bevordert u de productiviteit en vermindert u de kans op verzuim.

Het werkplekonderzoek

Met een persoonlijk gericht werkplekonderzoek kunt u klachten voorkomen of terugdringen. Het onderzoek bestaat uit:

  • Tijdens het werkplekonderzoek zal aandacht worden besteed aan de belastbaarheid van de medewerker, de instelling van de werkplek, gebruikte werkwijze, gebruikte middelen en de persoonlijke houding en beweging, in relatie tot de klachten van de medewerker.
  • Na afloop ontvangt u van het onderzoek een rapportage met de bevindingen en adviezen.

Uitvoering
  • Het werkplekonderzoek wordt uitgevoerd door een Arbo-adviseur.
Locatie & duur
  • Het werkplekonderzoek vindt plaats bij u op locatie.
  • Een werkplekonderzoek duurt circa 45 minuten.
  • Per dag kunnen maximaal 6 werkplekken beoordeeld worden.

Klimaat

De meest voorkomende klachten zijn onvoldoende ventilatie, te hoge temperatuur of te droge lucht. Met een klimaatmeter wordt de luchtsnelheid, temperatuurverloop, luchtvochtigheid en CO2 gemeten.

Geluid

De meest voorkomende klachten zijn gehoorklachten door te hoge geluidsbelasting. Met een geluidsmeter wordt de blootstelling aan geluid gemeten. Wetenschappelijk is vastgesteld dat blootstelling aan een geluidsniveau boven de 80dB(A) schade kan veroorzaken aan het gehoor. Een lawaaiige arbeidssituatie is dus een ongewenste situatie. De daaraan verbonden risico’s dienen weggenomen te worden of zo veel mogelijk te worden gereduceerd. Vanaf niveaus hoger dan 80dB(A) moet de werkgever maatregelen nemen om gehoorschade bij de werknemers te voorkomen. De werkgever is wettelijk verplicht hiervoor een schriftelijk plan op te stellen. In dit plan staan de maatregelen die de werkgever neemt om de risico’s weg te nemen of zo veel mogelijk te beperken. Het beste is natuurlijk voorkomen dat de werknemers blootgesteld worden aan dergelijke hoge niveaus.

De Arbodienst biedt de volgende diensten aan:

  • Het uitvoeren van indicatieve geluidsmetingen
    Om te bepalen op welke locaties in een bedrijf sprake is van schadelijke geluidsniveaus of welke apparaten of machines schadelijke geluidsniveaus produceren kan de arbeidshygiënist van De Arbodienst indicatieve geluidsmetingen uitvoeren. Aan de hand van de indicatieve metingen kan worden bepaald of een nadere inventarisatie noodzakelijk is.
  • Het uitvoeren van een nadere geluidsinventarisatie
    Als een bedrijf arbeidsplaatsen kent waar sprake is van schadelijke geluidsniveaus dient het bedrijf bovendien te beschikken over een schriftelijk verslag van de geluidsinventarisatie en –evaluatie.
    In dit laatste verslag moet zijn beschreven bij welke werkzaamheden schadelijk geluid voorkomt, hoeveel werknemers daaraan blootgesteld worden, wat de blootstellingsduur is en hoe hoog de geluidsdoses zijn die daaruit volgen. De geluidsdoses geven een goede indicatie van de risico’s die voortvloeien uit de blootstelling aan schadelijk geluid.
  • Wanneer uitvoeren?
    Wanneer er gewerkt wordt mét, of in de nabijheid van lawaaiige apparatuur en machines is er mogelijk sprake van blootstelling aan schadelijke geluidsniveaus. Werknemers kunnen gaan klagen over geluidshinder of zelfs een verminderd gehoor. Dit laatste kan een reden zijn om eerst een audiometrisch onderzoek uit te laten voeren.

Blootstelling aan chemische of biologische stoffen

Voor de RI&E moet een werkgever blootstelling aan gevaarlijke stoffen beoordelen. Onder meer door te inventariseren aan welke stoffen werknemers worden blootgesteld en in welke mate (hoeveelheid). Het gaat hierbij bijvoorbeeld om stoffen die in het productieproces worden gebruikt zoals oplosmiddelen, maar ook bij de productie vrijkomende stoffen zoals lasrook en koolmonoxide. Afhankelijk van het soort gevaar zijn bij sommige stoffen de regels strenger.

De Arbodienst biedt de volgende diensten aan:

  • Het uitvoeren van een globale inventarisatie gevaarlijke stoffen
    De globale inventarisatie leidt enkel tot een signalering van een mogelijk gevaar; er wordt geen inschatting gegeven van de blootstellingsconcentratie. De indeling leidt uiteindelijk tot een verdeling van alle stof-proces-combinaties in 3 risicoklassen: laag, middelmatig en hoog risico.
  • Het uitvoeren van een nadere inventarisatie gevaarlijke stoffen
    Op basis van de lijst van de globale risico-inventarisatie zullen tijdens een nadere inventarisatie alle stoffen met een hoog risico nader worden beoordeeld. Deze beoordeling zal aan de hand van het kwantitatieve blootstellingmodel “Stoffenmanager” plaatsvinden. Deze beoordeling met “Stoffenmanager” wordt door de Arbeidsinspectie geaccepteerd als een betrouwbare methode om de blootstelling aan gevaarlijke stoffen op de werkplek te evalueren.
  • Het meten van blootstelling aan gevaarlijke stoffen
    Middels metingen wordt de blootstelling vastgesteld. Aan de hand van een vooraf vastgesteld monsternameplan worden in de ademzone van de werknemers luchtmetingen gedaan. De in het blootstellingonderzoek vastgestelde concentraties worden vergeleken met grenswaarden die door de overheid zijn vastgelegd, en beoordeeld volgens NEN-EN 689. De resultaten bepalen of er wél of geen sprake is van gezondheidsrisico’s.
  • Wanneer uitvoeren?
    Wanneer er wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen en er dus mogelijk sprake is van blootstelling, via ademhaling of huidcontact, aan betreffende stoffen (stof, gas, damp). Ook kunnen klachten van werknemers (luchtweg-, huidklachten) aanleiding zijn voor het uitvoeren van een blootstellingsonderzoek.

Licht

De meest voorkomende klachten zijn onderbelichting of overbelichting. In beide gevallen kunnen hoofdpijnklachten optreden en last van vermoeide ogen. Met een lichtmeter worden de natuurlijke- en kunstmatige lichtsterkten gemeten.